Visuele explosie van lust en jaloezie
Michael Powell en Emeric Pressburger zijn namen die Martin Scorsese regelmatig laat vallen in interviews als invloeden op zijn werk. BLACK NARCISSUS (1947) is een ouderwets melodramatisch meesterwerk waarin het verhaal met veel kleur en weinig omwegen in beeld is gebracht. Om deze redenen is het begrijpelijk een van zijn favoriete films. Ook het onderwerp, de verdrukking van emoties binnen het kloosterwezen, zal hem aangesproken hebben omdat Scorsese zelf ooit heeft gespeeld met het idee om het klooster in te gaan.
De film handelt over een aantal nonnen die door het hoofd van hun klooster op een missie wordt gezet. Het is de bedoeling dat ze een gemeenschap opzetten, hoog in het Himalaya gebergte. Aldaar aangekomen wordt er al snel gerefereerd naar monikken die eerder eenzelfde doel voor ogen hadden maar gefaald hebben en ook Mr. Dean (David Farrar), een Engelse agent van de plaatselijke generaal, voorspelt dat de nonnen zullen falen.
Mr. Dean (zowel zijn naam als zijn rol in de film roept een zekere Mr. Darcy op) is echter ongewild een belangrijke spil in dit tragische verhaal. Een belangrijk thema is de onderdrukking van de menselijke seksuele driften, die volgens Rumer Godden (de schrijfster van het boek die de basis vormde) eigenlijk niet te onderdrukken zijn. De wind bovenin de bergen is een belangrijke metafoor: een aanhoudende kracht waar iedereen voor zal moeten buigen. Je zal het niet verwachten van een film over een stel nonnen, maar het geheel is doorspekt met erotische gevoelens, vooral in de scenes van Mr. Dean en Sister Clodagh (de leider van de nonnen, koeltjes gespeeld door Deborah Kerr).
Het verhaal speelt zich af in een paleis waar voorheen de concubines van een oude generaal woonden. Ondanks dat het een flinke tijd geleden is, lijkt het huis nog altijd dezelfde aantrekkingskracht uit te stralen op diegenen die het betreden. De jonge generaal (Sabu) ondervindt dat als hij de beeldschone Kanchi (Jean Simmons) tegenkomt. Ze gaan beiden naar de school die opgezet is door de nonnen, maar zijn eigenlijk alleen geïnteresseerd in elkaar.
Ook de nonnen ondervinden gaandeweg meer en meer last van hun gevoelens die bovenal gericht lijken te zijn op Mr. Dean. Ze bevinden zich in een vreemde, heidense omgeving waar de wetten van de natuur overheersen. Het kost ze dan ook veel moeite om de zaak naar hun hand te zetten. Sister Ruth (Kathleen Byron) lijkt zich het makkelijkst te onderwerpen aan de magische krachten die de omgeving op hen uitoefent, maar ook de anderen ondervinden zo hun problemen. Een uitbarsting van jaloezie en volslagen gekte zijn het resultaat van de al ver van te voren gedoemde missie. De laatste akte is dan ook bijna horror en schiet als een speer voorbij op het scherm.
De film is zijn status als meesterwerk waardig, maar is toch niet helemaal perfect. David Farrar als charmante en stoere man die een prototype van Indiana Jones lijkt te zijn, ziet er vrij knullig uit als hij op een pony rijdt en in zijn korte broekje rondloopt. Ook het acteerwerk (met name van May Hallatt als de maffe Angu Ajah) is wat over the top, echter moeten we niet vergeten dat de film zestig jaar geleden is gemaakt. Bovendien maakt de cinematografie van Jack Cardiff (o.a. THE AFRICAN QUEEN, 1951) en de set design van Alfred Junge (het geheel is gewoon in Engeland opgenomen) veel goed. De film barst van de meest prachtige kleuren; bloemen zijn belangrijk in deze film (zoals de titel al doet vermoeden) en ze zijn zeer de moeite waard om te aanschouwen.
De film draaft op het scherm voorbij als een technicolor droom die eindigt in een spannende nachtmerrie. Laat je dus niet afschrikken door het onderwerp en geniet vooral van de beeldschone composities, kleuren en omgevingen. BLACK NARCISSUS is magisch, exotisch en is daarmee pure cinema, iets wat je kunt verwachten van het regisseursduo die terecht geprezen worden voor de passie en vakkunst die ze in hun werk leggen.
Naast de gerestaureerde versie van black narcissus (vanaf 11 oktober) vertoont het Filmmuseum ook enkele andere titels van Powell & Pressburger, waaronder a canterbury tale (1944) en the red shoes (1948).
Justin Rondeboom is Blik-recensist en derdejaars Taal- en Cultuurstudies (hoofdrichting film- en televisiegeschiedenis)
Justin Rondeboom, Recensies, 10-10-2007 om 10:22
Comments
Er is nog geen commentaar ingevuld voor deze post, u kunt een commentaar schrijven door hieronder uw boodschap in te vullen